| Willem VAN RIJSWICK. | |
| Al voor 1435 woonachtig op het leengoed De Vlygenbergh gelegen bij
het Warmoor (moeras) in het gericht van Maashees en Holthees. (Cuijks leenhof 7.) | |
In dit zelfde archief vinden we een Arnt van Rijswick die, vermoedelijk van zijn vader (de bovengenoemde ?) Willem, het landgoed de Vliegenberg in beheer had. Dit levert een stukje stamboom op van drie generaties. De bron Douma verwijst naar de archivaris van het land van Cuijk die veel onderzoek heeft gedaan in het Cuijkse leenhof:
| Arnt VAN RIJSWICK. | |||
| Erft in 1435 het leengoed (van zijn vader Willem?) (Bron: Douma) | |||
| Arnt krijgt twee zoons: | |||
| 1. | Willem, overl. ca. 1458. | ||
| Erft in 1454 het leengoed van zijn vader. (Bron: Douma) | |||
| 2. | Michel VAN RIJSWIJCK, zie hieronder verder. | ||
| Michel VAN RIJSWIJCK, overl. ca. 1525, tr. Alijt. | |||
| Erft in 1458 het leengoed van zijn broer Willem. (Bron: Douma) | |||
| Uit dit huwelijk: | |||
| 1. | Henrick VAN RYSWYCK Mychielsen. | ||
| Ongeveer in 1525 ontvangt Henrick het goed te Ryswyck onder
het gericht van Vierlingsbeek. Op 16 augustus 1529 gaan andere delen van het
leengoed, te weten de hofstad De Vliegenbergh bij de gemene berg en de Warmoer,
groot ongeveer 20 kleine morgen ook op Hendrick over. (Bron: Cuijks Leenhof 5, folio 143, transportakte van 9 oktober 1529.) | |||
Als we nu kijken naar onze situatie kunnen we vaststellen dat al voor 1435
Willem van Rijswick het leenhof in handen had. In 1529 zien we dat het na
vier generaties nog steeds in de familie is. In de akten over het leenhof
ten tijde van de eerste genoemde Henrick van Rijswijck zien we dat omstreeks
1530 hoe groot "zijn" land is: 20 kleine morgen (zo een 18 hectare.) In 1571
wordt weer de omvang van de Vliegenberg vermeld: deze is nog steeds 20
kleine morgen. In de laatste jaren van de 16e eeuw was het goed de
Vliegenberg een van de stukken land die in beheer was door Henrick van
Rijswijck. Deze stukken land werden of zelf verbouwd, of andere boeren
mochten er (tegen betaling met een deel van de oogst!) gewassen op
verbouwen.
Zodoende verkreeg de familie Van Rijswijck maatschappelijke invloed in
Vierlingsbeek en omgeving. Veel transacties van geld, oogstopbrengsten en
dergelijke staan vermeld in de akten en zijn dus een belangrijke bron. Zoals
al eerder vermeld zijn enkele (nog geen tien procent) van alle akten over
het leenhof van de familie Van Rijswick onderzocht. Verder onderzoek zal dus
veel meer duidelijk maken.
In de schepenakten van het dicht bij Vierlingsbeek gelegen Beugen vinden we ene Arnt van Rijswick. Wat deze Arnt precies met bovenstaande familie te maken heeft, is onbekend. Zeer waarschijnlijk, ook gezien zijn voornaam, hoort hij bij deze familie.
| Arnt VAN RIJSWICK, schepen van Vierlingsbeek 1527. | |
| (Vermeld in schepenakten van Beugen.) | |
| Arnt VAN RIJSWIJCK. |
| Henrick Arntsoen VAN RIJSWICK "den Vliegenberch", schepen van Maashees 1601-1631, overl. Vierlingsbeek 15-4-1633, begr. Vierlingsbeek 1633, tr. Aertken. | ||
| Op 12 mei 1571 gaat het leengoed over op Henrick. | ||
| Op 14 december 1595 hebben Reynier Jans en Jaecxken e.l.
opgedragen aan Hanrick van Ryswick en Aertken e.l. een huis en hofstad met
daarbij behorende landerijen, gelogen te Holthees, grenzende aan de gemeyn
straet en de erven van Huybert Vergeest, het Convert van Venray en Meus
Lynssoen. (Schepenakte regest 3) | ||
| Op 14 januari 1596 dragen Hanrick van Ryswick en Aertken
e.l. op aan Jan Jacopssoen, genaamd den Muller, een erfbrief die melding maakt
van een huis en hofstad met daarbij behorende landerijen. (Schepenakte regest 4) | ||
| Op 9 april 1600 verklaren Hanrick Arnts van Ryswick en
Aertken e.l. dat Henrick Jans en Kaecxken e.l. aan hen hebben afgelost een
rente van 1,5 malder rogge, gaande uit onder Holthees gelegen panden. (Schepenakte regest 9) | ||
| De grafsteen van Henrick van Rijswick is nu gemetseld tegen de buitenmuur van de Nederlands Hervormde kerk in Vierlingsbeek. | ||
| Jasper (Casper) Hendricx VAN RIJSWIJCK, schepen van Maashees 1634-1641, overl. ca. 1653, tr. ca. 1610 Jenneken PAUWELS. | ||
| Op 7 mei 1612 hebben Peter van der Wert Janssoen en Neesken e.l. opgedragen aan Jasper Hanricx van Ryswick en Henneke e.l. een rente van 57 gls. te betalen op Sint Andriesdag gaande uit: | ||
| a) | een waard van ongeveer 2 morgen en 1 vierdeel, grenzende aan de erven van Michiel Thonissen en Gaert Simons en de gemene steeg en de Maas; | |
| b) | een koeweide, groot 3 morgen, grenzende aan de erven van Derick Franssen en voornoemde Jasper en de Lege en Hoge Stege; | |
| c) | een huis en hofstad op den Weert met bijbehorende landerijen, grenzende aan de erven van Michel Peters en Jan Arts, de Mistweg van het goed op ten Weert en de gemene Hoogenweg; | |
| d) | een stuk teelland, groot ongeveer 6 morgen, grenzende aan de erven van Hendick Franssen, voornoemde Jasper en Jan Verosmuelens en de gemene Hogeweg. | |
| (Schepenakte regest 27) | ||
De volgende schepenakte over het leengoed van Jasper van Rijswijck vermelt (in de onderdelen de e) en f)) de precieze lokatie van het leengoed den Weerd. (Zie de kaart van Vierlingsbeek en omgeving.)
| Op 18 februari 1613 hebben Peter Jan Heijensoen en Neesken e.l. aan Jasper Henricxsoen van Rijswick en Jenneke e.l. opgedragen: | ||
| a) | een huis, hof en boomgaard met land en dries, grenzende aan de weg van Holthees naar de Maas, de gemene Hogeweg en de erven van Michel Peters, Jan en Jacob Aerts. | |
| b) | een stuk land, genaamd den Weert, grenzende aan de erven van Gaert Simons, Michiel Thuenis, de Overstege en de Maas. | |
| c) | een weide, grenzende aan de erven van Derick Franssen en Frans Dericx, de Marsweg en de Oeverweg. | |
| d) | een stuk teelland. Groot 6,5 morgen, grenzende aan de Beijerssenweg, de Hogeweg en de erven van Jasper en Jan Verrosmuelen. | |
| e) | drievierendeel land op den Hogen Velde gelegen, grenzende aan de erven van Art Dericks, Jan op de Beijck van Merselen en Hanrick van Randenraet en de gemene Hogeweg. | |
| f) | een stuk land, genaamd den Galchberg, dries- en bouwland, grenzende aan de Voormeer, Hollenders erf, de weg van Holthees naar de molen. | |
| (Schepenakte regest 29) | ||
| Op 16 mei 1636 erft Jasper de Vliegenberch, de hofstad
met toebehoren. (Cuijks Leenhof) | ||
| Op 23 juni 1639 heeft Jasper Henricx van Rijswijck met
zijn consorten gepand alle gerede en ongerede goederen van wijlen Joost
Pouwels voor 150 Hollandse guldens terzake van gekocht hout en daar Ietgen
ter Horst en Tijs en Jan Huijben, gehuwd zijnde met zusters van voornoemde
Joost, als mombers van het onmondige kind van Joost, van verwittigd heeft. (Schepenakte regest 151) | ||
| Op 12 december 1639 heeft Jasper Henricx met zijn
consorten zich conform Cuijks landrecht laten inleiden in zijn gewonnen goed
en ruiming gezonnen heeft. (Schepenakte regest 157) | ||
| Op 27 mei 1649 vernieuwd Jasper de eed over het leen
de Vliegenberch. (Cuijks Leenhof) | ||
| Francis (Frans) Jaspers VAN RIJSWIJCK, overl. na 1687, tr. Gerarda (Geertjen). | |
| Erft het goed op 5 april 1653 na de dood van zijn vader Jasper. Na verlating raakt Francis het leen kwijt en gaat het over op Willem Jans van het Hertsel. | |
Bovenvermelde Frans van Rijswijck raakte het leengoed dus kwijt. Waarom staat niet vermeld. Mogelijk omdat hij niet het geld had om de leen te betalen. Hiermee komt een einde aan de ruim 250 jaar bezit van het leenhof de Vliegenberg door de familie Van Rijswijck. De verarming van de familie treedt nu echt in: van "grootgrond bezitters" (leners) zijn ze van de maatschappelijke ladder gedaald tot boerenkinkels.
| Gerardus VAN RIJSWIJCK, ged.(RK) Vierlingsbeek 16-5-1671 (Get.: Zins(?) Joris.. en .?.?.?.), tr.kerk Geysteren 1-5-1697 (Get.: Leonardus Leeffkens en Wilhelmus Aerts) Gerarda GERITS, geb. verm. Vierlingsbeek. |
| Casparus (Jasper) VAN RIJSWICK, ged.(RK) Geysteren 16-11-1707 (Get.: Henricus van Rijswic, Anna van de Heuvel en NN Ermgarda), overl. Geysteren 23-4-1787, tr.kerk Wanssum 8-5-1738 Willemina HENCKENS. |
| Jacobus VAN RIJSWICK, ged.(RK) Geysteren 7-1-1756 (Get.: Jacobus Henckens, Joannes Knops, Maria Baltesen en Joanna van Rijswijck), akkerman, overl. Geysteren 20-9-1803 (3e jour compl. XI), tr.kerk(1) Geysteren 18-1-1781 (Get.: Joannes Janssen en Joanna van Rijswijck) Mechtildis JANSSEN, geb. verm. Oirlo ca. 1752, overl. Geysteren 30-5-1799 (11 prairial VII), tr.(Burgerlijke Stand)/tr.kerk(RK)(2) Meerlo/Geysteren 10/22-4-1801 Aldegundis (Aldegonda) FLOEREN (Fleuren), ged.(RK) Arcen 18-1-1762 (Get.: Michael Vervourt en Theodora Kleever), dr. van Stephanus Floeren en Antonia Lamers. |
In de periode 1790-1820 is Nederland na ene bezetting van Napoleon uitgegroeid van Bataavse Republiek tot een Koninkrijk. In tien- en twintiger jaren van de 19de eeuw is na de oorlog veel werk te verzetten. Mogelijk hierom verlaat Willem van Rijswijk zijn geboorte dorp Wanssum. Al voor 1823 woont hij in Groesbeek, waar hij zijn vrouw Margaretha Verwij ontmoet. Willem was de eerste in de reeks van vele metselaars uit de familie Van Rijswijk:
| Wilhelmus VAN RIJSWIJK, ged.(RK) Geysteren 2-9-1796 (Get.: Henricus Steltjens, Martinus Smits, Eva Theeuwen en Petronella van Cuijck), metselaar, overl. Groesbeek 27-12-1847, tr. Groesbeek 30-4-1823 Margaretha VERWIJ, ged. Beek 7-1-1805, herbergierster, overl. Groesbeek 27-1-1869, dr. van Petrus Verwij, boerenarbeider, en Catharina Willemsen. | |
| Al voor 1823 woonachtig in Groesbeek. | |
| Jasper VAN RIJSWIJK, geb. Ubbergen 10-8-1831, metselaar, overl. Groesbeek 18-6-1917, tr. Nijmegen 2-5-1861 Johanna Maria RUTJES, geb. Huissen 15-2-1836, dienstmeid te Nijmegen (1861), overl. Groesbeek 10-10-1879, dr. van Hendrikus Gijsbertus Rutjes, broodbakker, rentenier, en Aleida Richarda Brans. | |
| Signalement van Jasper in 1850: lengte 1 m 495 mm, aangezicht
smal, voorhoofd rond, ogen blauw, neus breed, mond groot, kin plat, haar
en wenkbrauwen bruin, merkbare tekenen: gaat kreupel. Afgekeurd voor
militaire dienst vanwege verkorting van het been. (Huwelijksbijlagen, Nat.Militie) | |
| Willem VAN RIJSWIJK, geb. Beek 28-4-1862, metselaar, overl. Berg en Dal 13-11-1928, tr. Ubbergen 14-5-1890 Theodora VAN GISTEREN, geb. Zyfflich 14-11-1860, overl. Beek 18-12-1943, dr. van Johan van Gisteren, arbeider, dagloner, en Hendrina Büdenbruck, dagloonster. |
| Theodorus (Theo) VAN RIJSWIJK, geb. Groesbeek 26-2-1898, hoofd van de timmerwerkplaats Honig te Nijmegen tussen 1921 en 1961, overl. Nijmegen 14-8-1980, tr. Nijmegen 2-10-1921 Hendrika Geertruida GIANOTTEN, geb. Zutphen 31-7-1899, huisvrouw, dr. van Johannes Antonius Gianotten, pakhuisknecht, winkelbediende en Hendrika Woutertje Hendriks. |
| Wilhelmus Johannes (Wim) VAN RIJSWIJK, geb. Nijmegen 30-1-1922, betonconstructeur, tr. Nijmegen 12-5-1953 Cornelia Wilhelmina (Greet) Engelaer, coupeuse, dv. Antonius Johannes Engelaer, schipper en werkman PGEM, en Cornelia Wilhelmina Wanders, huisvrouw en naaister. |
| Jeroen VAN RIJSWIJK, geb. Nijmegen 9-11-1971, student Wiskunde Katholieke Universiteit Nijmegen. |
| Periode | Persoon | Bijzonderheid |
|---|---|---|
| ca. 1410 | Willem van Rijswick | eerste vermelding Den Vliegenberg |
| 1435 | Arnt van Rijswick | . |
| 1458 | Willem en Michel van Rijswijck | mogelijk zonen van Arnt |
| 1525, 1529 | Henrick van Rijswijck Michielsen | . |
| 1527 | Arnt van Rijswijk | schepen van Vierlinksbeek |
| 1601 | Arnt van Rijswijk | bewezen stamvader |
| 1571-1633 | Henrick Arntsoen van Rijswick | schepen van Maashees (1601-1631) |
| 1600-1653 | Jasper Hendricx van Rijswijck | schepen van Maashees (1634-1641) |
| 1653-1687 | Frans Jaspers van Rijswijck | laatste bezitter van het leenhof de Vliegenberg |
| 1671-1715 | Gerardus van Rijswijck | . |
| 1707-1787 | Casparus (Jasper) van Rijswick | wonende te Geysteren |
| 1756-1803 | Jacobus van Rijswick | akkerman te Geysteren |
| 1796-1847 | Willem van Rijswijk | vertrok voor 1823 naar Groesbeek, metselaar |
| 1831-1917 | Jasper van Rijswijk | Meester metselaar |
| 1862-1928 | Willem van Rijswijk | metselaar |
| 1898-1980 | Theo van Rijswijk | timmerman bij Honig |
| 1922-nu | Wim van Rijswijk | betonconstructeur |
| 1971-nu | Jeroen van Rijswijk | Student Wiskunde |
Als alles aan elkaar gepraat kan worden, dan komt vermoedelijk de periode
1400-1529 in de stamboom als beginstuk voor. Dit zou dan een totale stamboom
opleveren met een lengte van ongeveer 20 generaties.