
Enkele
zeldzame vondsten doen een Gallo-Romeinse of nog oudere bewoning vermoeden. De
oudste bron die Torbout vermeldt, verwijst naar de 7de eeuw. In de 9de eeuw was
Torhout een bloeiend monasterium. Het werd gegeven aan missiebisschop
Anscharius, die vanuit Torhout Rembert meenam. Zij werden de eerste en tweede
bisschop van Hamburg-Bremen. Bij de uitbouw van het graafschap Vlaanderen in de
11de eeuw koos de graaf Torhout als een van zijn
machtscentra. Hij
vestigde er een heerlijk kapittel, een jaarmarkt, het grafelijk verblijf 's
Gravenwinkel en bouwde buiten de stad de waterburcht Wijnendale. Het vermaardste
lid van het kapittel was proost Jacob Obrecbt (1499-1506), polyfonist,
vereeuwigd door Memling.
Torhout
was vanaf de 11de tot eind l8de eeuw een vrije stad, een van de zeven wetten in
het land van Wijnendale, dat deel uitmaakte van het Brugse Vrije. Zowel
Wijnendale als Torhout werden vanaf de 17de eeuw tot aan de Franse Revolutie
beheerst door de familie Moke, terwijl de Heren van Wijnendale, hertogen van
Neuburg zich onze gewesten lieten vertegenwoordigen. In de 19de en 20ste eeuw
miste Torhout enkele mooie kansen: het spoorwegknooppunt ging naar Lichtervelde,
de schoenenindustrie naar Izegem, het kreeg geen deelgemeenten en geen
aansluiting op de Al7.
Maar Torhout groeide uit tot een bloeiend winkel- en dienstencentrum met
scholen, landbouw en wat industrie.
De bevolkingsaangroei resulteerde in de aanleg van nieuwe woonwijken, zoals de
Revinze, Drie-koningen, het Rozenveld.
Naast Sint-Pieters-Banden met de kapelanijen De Goede Herder en Maria Assumpta
ontstonden de parochies Sint-Henricus, Wijnendale Sint-Jozef, Don Bosco,
Sint-Jozef Arbeider.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
IN HET CENTRUM
Het
laat-barokke stadhuis op de Markt werd in l7l3 door de Heren van Neuburg
gebouwd. Het geeft een opvallende klokgevel, een pui, een ingemetseld
wapenschild en datum. Na 1945 werd het interieur functioneler ingericht. In het
stadhuis is voorlopig nog het museum Torhouts aardewerk gevestigd.
Aan de overzijde van het stadhuis staat de neoromaanse kerk van Sint-Pieters-Banden.
De basis van de toren, 54m, en een deel van de westgevel zijn restanten van
de l2de-eeuwse Romaanse kerk, opgericht door het kapittel en gebouwd boven de
fundamenten van een wellicht 9de-eeuwse visigotisch geïnspireerde centraalbouw,
die deel uitmaakte van het monasterium. De oude Romaanse kerk werd eind l6de
eeuw door de geuzen vernield. Op de grondvesten ervan werd een laat-gotische
kerk gebouwd met spitse torennaald. In 1918 werd de torenspits vernield en in
mei 1940 verwoestten brandbommen het grootste deel van de kerk. Het huidige
neoromaanse kerkgebouw met de achtkantige toren of peperbus dateert van
1953-1955. Architect was W. Nolf. Meubilair en kerkschat zijn niet zo oud: een
neogotische communiebank van G. Verlinde van 1924, 19de-eeuwse biechtstoelen,
een orgel van P. Anneessens uit Menen, 1972, een l7de-eeuws schilderij
Sint-Sebastiaan, een processiekruis vermoedelijk van 1499, een ciborie, een
neogotisch reliekschrijn van Karel de Goede, van Ca. 1890, een marmeren
gedenkplaat van de familie Moke, en glasramen van J. Hendrickx, M. Martens en J.
Slagmuylder.
'S Gravenwinkel, nu
een privé-woning, was de verblijfplaats van de graaf tijdens de jaarmarkt van
Torhout. De oude portierswoning is ingericht als werkmanshuisje.
In de Bruggestraat staat het instructiecentrum Ten Walle. Dit oude
hospitaal werd in 1229 gesticht door gravin Johanna van Constantinopel. Na een
korte onderbreking in de geuzentijd werd het in 1666 weer bevolkt met zusters
augustinessen uit het hospitaal van Menen. Omdat dergelijke kloosters na het
concilie van Trente niet meer buiten de stadsmuren mochten liggen, werd de
vestinggracht verlegd. De Franse Revolutie zorgde voor een tweede onderbreking
tot Ca. 1850. Achter de oude gebouwen werd rond 1960 een modern complex
opgetrokken. Speciale aandacht verdienen beide gevels op de binnenplaats met
data 1606 (?) en 1731. Ze zijn sinds 1946 beschermd. Tegenover de ingangspoort
staat de 17de-eeuwse kapel, het oudst bewaarde gebouw van Torhout. In de kapel
van het nieuwe complex werd het l9de-eeuwse Van Peteghem-orgel ondergebracht.
Aan de overkant van de Bruggestraat werd de imposante voorgevel van de 'gele
doos', het Sint-Jozefsinstituut opgefrist. Het pensionaat van Pieter
Behaeghel van ca. 1810 moest in 1846 de normaalschool herbergen. In de loop van
150 jaar kwamen hierbij een lagere school, een college, een technische school,
een land- en tuinbouwschool, een regentaat, een PMS-centrum en een BLO-school.
Achter de gevel is de huiskapel van 1850 en centraal in het complex staat de
neogotische kapel van 1895. Op het oude kerkhof staan enkele historische
zerken.
Ten oosten van de Markt komt men op het Conscienceplein. De naam
herinnert aan het feit dat Hendrik Conscience geregeld in Torhout logeerde, bij
zijn dochter, die met vrederechter G. Antheunis getrouwd was. Het
oorlogsmonument is een door de Duitsers in 1918 achtergelaten beeld van
Schwester Ilse, die een Duits officier verzorgt. Het vroegere vredegerecht is nu
politiebureau. Het Sint-Vincentiusinstituut, werd in 1791 gesticht.
Op een boogscheut van de Markt is het kasteel Ravenhof,
oud-domein Coupe of domein
Van Oye, met park, een van de mooiste plekjes van Torhout. Bij het domein sluit
de nieuwe stedelijke openbare bibliotheek aan. Het Ravenhof herbergt de Dienst
voor Toerisme en het aardewerkmuseum.
In de Aartrijkestraat werd in 1995 het nieuwe cultureel centrum in gebruik
genomen. Het sluit aan bij het domein De Brouckère, waar
architect André Jacqmain in 1949-1950 een typische woning bouwde voor
kunstschilder Carlo De Brouckère, verwant van Charles De Brouckère. Aan de
Sint-Rembertlaan heeft het Sint-Rembertziekenhuis, opgericht in
1946-1947, een regionale functie.
Her en der verspreid over het centrum vinden we gedenkplaten: in de
Oostendestraat nr. 40 aan het geboortehuis Karel de Gheldere en aan geboortehuis
kanunnik Achiel Logghe. in de Nieuwstraat aan het geboortehuis Eugeen Van Oye,
op de Burg aan het woonhuis Karel Steyaert, alias Karel van Wijnendale.
BEZIENSWAARDIGHEDEN
BUITEN HET CENTRUM
Ten
oosten van de stad ligt het Groenhovebos, ca. 13 ha, aansluitend bij het Vrijgeweed.
Het bos werd in 1972 door de stad aangekocht de bedoeling er een
recreatiezone van te maken.
In de nabijheid ligt het kloosterdomein Virgo Fidelis, een
bezinningscentrum met moderne kapel.
Richting
Oostende, onmiddellijk buiten het centrum is de afspanning het Hof van
Engeland sinds 1983 beschermd en in 1983-1984 helemaal opgeknapt. De naam
heeft waarschijnlijk niets met Engeland, maar met de ligging op een hoek te
maken.
De
Oostendestraat loopt recht naar de ingang van het kasteel van Wijnendale met
uitgestrekt park en bos. De burcht werd in de 11 de eeuw gebouwd door de
Vlaamse graaf. Ze werd herhaaldelijk omgebouwd, vernield en herbouwd.
Kopersneden uit Flandria Illustrata tonen een ronde versterkte omwalde burcht
met elf torens en drie grote, vrijstaande donjons. In 1811 liet Napoleon de
kasteelruïne afbreken, waarbij een paar van de oudste torentjes en wat
muurpartijen overbleven. In 1826 kocht bankier J.P. Mathieu uit Brussel het hele
domein van het huis van Oranje. De voorvleugel werd herbouwd. Aan het
middeleeuwse deel werd een toegangspoort met ophaalbrug toegevoegd. In het
waterslot is het rechtergedeelte privé-woning van de familie Mathieu, terwijl
het museum, herinnert aan figuren en gebeurtenissen uit de geschiedenis
van het kasteel. We noemen: het verblijf van Maria van Bourgondië, haar val,
Gwijde van Dampierre en de Engelse gezanten, Boudewijn Hapken, de schenking van
het Vrijgeweed door Adolf van Kleef, het onderhoud van Leopold Ill met zijn
ministers op 25 mei 1940.
Naast het kasteel is een Kaasmuseum gevestigd. In de nabijheid van het
kasteel is de druk bezochte bedevaartkapel van Onze-Lieve-Vrouw van Wijnendale,
en daarnaast de voormalige ijskelder. In het uitgestrekte bos zijn wandelpaden.
Op de grens van Torhout en de Verloren Kost ligt het domein de Maere
d'Aertrijcke. Auguste de Maere kocht het domein in 1868. Hij liet het
bouwvallige landhuis d'Aerdenhutte afbreken om er een neogotisch kasteel te
bouwen naar het ontwerp van architect Schadde. Sinds 1991 wordt het kasteel
uitgebaat als internationaal seminarie- en congrescentrum. Tussen de beide ligt
de oude spoorwegberm TorhoutOostende, nu wandelpad. Aan de leperse Heerweg
vinden we bijeen: het Landbouwmuseum en de Kinderboerderij, en aan
de Ruddervoordestraat het Miniatuurvoertuigenmuseum.
INFORMATIE
Toeristische
dienst t’ Ravenhof
,
Tel.
(050) 22 07 70
www.cevi.be/torhout