website van P.Ch.Bijker
openingspagina voorgeslacht nageslacht studietips vermaecklinks leringhslinks uw reactie

De genealogische bevindingen hieronder betreffen stamvaders van mijn moeder. Plaats van handeling: Koudekerk aan den Rijn tussen Alphen aan den Rijn en Leiden (tegenwoordig opgegaan in de gemeente Rijnwoude)
Op de volgende pagina: de fragment-parenteel van het Koudekerkse geslacht-Van den Berg

© P.Ch.Bijker, 2000

Onderstaande  genealogische gegevens zijn nadrukkelijk alleen bedoeld voor niet- commercieël en persoonlijk gebruik. Onder geen beding mogen deze  genealogische gegevens worden verveelvuldigd of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook zonder nadrukkelijke schriftelijke toestemming van de samensteller dezes. Ook verspreiding via CD-rom, BBS of Internet is zonder schriftelijke toestemming van de schrijver niet toegestaan.

 

1. HENDRIK VAN DEN BERG (1650 – 1742)

Op 21 febr. 1677 trouwt Hendrijck Jansse Verburgh in Koudekerk met Maartje Jans. Het trouwboek van de kerk vermeldt het huwelijk als volgt:

Achternamen ontbreken in deze periode soms, of veranderen in de loop van de tijd. Het staat vast, dat in een genealogie-Van den Berg de achternaam Verburg thuishoort. Uit ons onderzoek is naar voren gekomen, dat de stamreeks moest worden uitgebreid met een Hendrik, die –mogelijk in Koudekerk- getrouwd zou zijn met een Maartje en bovengenoemd echtpaar voldoet aan die voorwaarde. Bovendien liggen de namen Van den Berg en Verburg niet al te ver uit elkaar. In het Rechterlijk Archief vonden we in de index op een transportboek vervolgens een overtuigend bewijs, dat Hendrik van den Berg en Hendrik Jans Verburg of Verburgh dezelfde personen zijn:

"Hendr Jansz:Verburgh off van den bergh"

Later ontdekten we in een koopakte uit 1686, dat de achternamen Van den Berg en Verburg in de 17de eeuw blijkbaar door elkaar werden gebruikt, terwijl opnieuw duidelijk werd, dat het om dezelfde personen gaat:

"Hendrick Jansse verburgh anders gesijt van Bergh"

We komen overigens later alleen nog de achternaam Van den Berg tegen.

In het doopboek van de protestantse kerk van Koudekerk staat de doop van de twee kinderen, die Hendrik en Maartje hebben gekregen. Het eerste kind, dat gedoopt werd op 6 nov. 1678, overleed blijkbaar op jonge leeftijd, want hun tweede kind kreeg dezelfde naam, namelijk Jan. Hij werd eind januari 1681 gedoopt en bleef het enige kind.

Hendrik (zal zijn roepnaam Henk geweest zijn ?) heeft tot de relatief rijkere inwoners van Koudekerk behoord. Als in 1710 zijn vrouw Maartje overlijdt –ze zijn dan 33 jaar getrouwd- moet Hendrik zes gulden belasting betalen aan de gemeente voor haar begrafenis. Dit tarief gold voor de hogere welstandsklasse.

Vast staat ook, dat Hendrik boer was en over veel eigen grond beschikt heeft. Er zijn nogal wat archiefstukken bewaard gebleven, waaruit hij naar voren komt als koper van grond, vooral in de Lagewaardse polder in Koudekerk. De stukken zijn niet altijd gemakkelijk leesbaar geweest en dat kan weinig verbazing wekken, als bedacht wordt, dat ze meer dan driehonderd jaar oud zijn.

In 1686 koopt Hendrik voor f 1300,= van Bouwe Verhoef

"een partijtien Soo weij als hooylandt met een Boomgaertie groot int geheel drie mergen drie hondt vijff tigh roeden leggende in de Lagewaertse polder met een belastingh van eenen gulden Sjaers pacht aencoomende de kerck tot Coudekerck als mede noch met een Somme van Ses hondert gulden aencoomende de kinderen van hr Daniel van Leeuwen"

De volgende pagina’s bevatten de tekst van een koopakte uit 1697 om duidelijk te maken welke interessante vondsten in een Rijksarchief mogelijk zijn en om een voorbeeld te geven van leesproblemen, waarop kan men stuiten bij genealogisch onderzoek. Volgens deze akte koopt Hendrik ruim dertien morgen land in de Lagewaard tussen de Luttike Rijn en Woutambacht (belend ten oosten het Hofje van Jeruzalem) van Mathias Snoeck uit Delft, die mede verkoopt namens Mous Mathias van Poelgeest. Waarschijnlijk was de grond eerder eigendom geweest van Johanna van Poelgeest: bij scheiding van haar boedel verkochten haar erfgenamen Sara en Maria van Poelgeest op 28 juli 1685 voor 1500 gulden het land aan Snoek.

Een doorgehaalde akte uit het Rechterlijk Archief van Koudekerk, gedateerd 4 mei 1699, vermeldt dat Hendrik van den Berg verklaart

"schuldig te wesen aan de heer en Mr Pieter van Campen als oom en voogde over de heer Johan van Campen Sijne Neefie wonend tot Leyden … drie duysen Caroli guldens"

De akte is vooral ook van belang, omdat er vier transacties in vermeld staan, waarbij Hendrik ten overstaan van schout en schepenen van Koudekerk huizen en grond kocht in de periode van 1687 tot 1700. Genoemd wordt de bovenvermelde koop van de dertien morgen land in 1697. Tien jaar eerder kocht Hendrik ruim drie morgen grond in de Lagewaard (waarschijnlijk is dit de grond die hij kocht van Bouwe Verhoef, zoals boven vermeld; het gaat in beide archiefstukken om drie morgen drie hont vijftig roeden grond in de Lagewaard), in 1696 gevolgd door de aankoop van ruim drie morgen in de Bruymaze polder. In februari 1699 koopt Hendrik vervolgens voor f 4300,= (waarvan f 1740,= als restant van een hypotheekbrief) van alweer de Delftenaar Snoek grond die grenst aan land dat hij inmiddels in bezit had. In de koopakte (eveneens uit het Rechterlijk Archief) staat dat het gaat om "een wooninge bestaande in twee huijsinge " met negen morgen grond in de Lagewaard, in gemengder veur met het Hofje van Jeruzalem, belend ten oosten de heer Van Straaten, ten zuiden de Luttike Rijn, ten westen Hendrik van den Berg en ten noorden Woutambacht.

Ook later in z’n leven koopt Hendrik flinke stukken grond. Als hij zeventig jaar oud is, koopt hij voor f 1225,= weiland in de Lagewaard. Vermeld staat ook hoeveel belasting hij moet betalen, als hij dit stuk grond koopt (overdrachtsbelasting is geen nieuw verschijnsel):

"1720 door de Weduwe van Jacob Stam-Verhoef verkogt en overgedragen aan en ten behoeve van Hendrik van den Berg een Stuk Weijland gelegen in de Laagewaard belent tenOosten de Erffgenaamen van den Doctor Hoogemaaden, ten Zuijden de weduwe Hendrik Butterman ten Noorden Cornelis Koppersluijs en ten Westen dhr. Burgemr Taal, ende dat voor de somme van twaalff hondert vijfentwintig guldens, Sulx Soo komt het gemeene Landt daer voor komt de somme van f 30 – 12 – 8 Ende voor de 10de verhooging f 3 – 1 – 4"

In de jaren daarna weet Hendrik z’n grondgebied aanzienlijk uit te breiden. Op 31 jan. 1725 koopt hij van Cornelis Coppersluys drie morgen land in (alweer) de Lagewaardse polder, grenzend in zuidelijke richting aan grond, die hij al in bezit had en noordelijk aan Woutambagt, het latere Esselijkerwoude, dat nu Woubrugge, of Gelderswoude heet. Met de koop is een bedrag gemoeid van f 1090,=.

Dat Hendrik bij herhaling grond koopt in de Lagewaardse polder, is veelbetekenend. Z’n nageslacht zal er honderdvijftig jaar later nog wonen en een nakomeling woont nu nog op een boerderij op ongeveer dezelfde plaats als waar Hendrik woonde.

Twee jaar later ondertekent de schout van Koudekerk een koopovereenkomst, die opnieuw Hendriks bezit vergroot. Voor f 420,= koopt hij de "Paardecamp", een stuk weiland in de Hoogewaard, dat in noordelijke richting grenst aan de Luttike Rijn en aan grond van hemzelf. Blijkbaar heeft hij z’n grondbezit willen uitbreiden in zuidelijke richting, namelijk in het gebied tussen de Lagewaard, waar hij woonde, en de Rijn, zoals op een oude kaarttekening uit 1613 op de vorige bladzijde te zien is.

Inmiddels heeft in 1712 z’n zoon Jan grond gekocht in de onmiddellijke nabijheid van de grond van Hendrik. Wellicht was hij voorbestemd om het bezit van z’n vader over te nemen. Omdat Jan kort daarna overlijdt, zal niet hij, maar Hendriks kleinzoon Kors de vooraanstaande positie van Hendrik in de Lagewaarde polder overnemen.

MAARTJE JANS

In 1710 overlijdt Hendriks vrouw Maartje. Ze wordt op 19 mei in Koudekerk begraven. Hij is zelf dan zestig jaar oud en z’n enige zoon is een half jaar eerder getrouwd en woont waarschijnlijk een paar kilometer verderop in Alphen of in Hazerswoude.

Er zijn redenen voor de veronderstelling dat Maartje een dochter is van Jan Baanen en Geertie Gerrits. Ze zal dan in Koudekerk gedoopt zijn op 14 april 1656. Zowel in 1722 als 1729 is Hendrik van den Berg getuige bij de doop van Maartje, de dochter van Mouringh Baane. Hendriks vrouw Maartje is dan overleden. De vraag rijst welke relatie Hendrik had met deze Mouringh Baane of zijn vrouw. Het zal geen toeval zijn, dat hij juist doopgetuige is bij hun dochter Maartje, terwijl zijn vrouw zo heette. En zij was zelf doopgetuige, toen in 1686 Jan Baane werd gedoopt. Hendrik van den Berg en zijn vrouw Maartje Jans zijn dus doopgetuigen, als Jan Baane of een kind van Mouringh Baane wordt gedoopt. Is Maartje Jans gelieerd aan een Baane ? Als ze getuige is bij de doop van Jan Baane wordt ze in het doopboek genoemd Maartje Jans Hoogkamer. De vader van dopeling Jan Baane heet Baane Jans Hoogkamer. Maartje Jans en Baane Jans dragen hetzelfde patroniem en dezelfde achternaam en de één is getuige bij de doop van een kind van de ander. Ze zullen broer en zus geweest zijn. Bovendien zijn hun ouders bekend, want Baane Jans was een zoon van Jan Baane en Geertie Gerrits. Het lijkt al met al waarschijnlijk, dat Hendriks vrouw Maartje Jans een dochter is van deze –voor 1675 overleden- Jan en Geertie. Als Hendrik zelf getuige is bij de doop van z’n kleindochter Maartje, is hij dat samen met Hendrikje Dirks Outshoorn, de vrouw van Baane Jans. Deze Hendrikje Dirks is ook samen met Hendrik doopgetuige bij de doop van de bovengenoemde Maartje Mouringhs. Blijkbaar is er sprake van een band tussen Hendrik van den Berg en de familie van Jan Baanen, namelijk via Hendriks vrouw Maartje.

Een half jaar na het overlijden van Hendriks vrouw wordt in Alphen z’n enige kleinzoon Kors gedoopt. Als in 1712 en in 1714 z’n kleindochter Maartje wordt gedoopt, is Hendrik doopgetuige en wordt hij als zodanig in het doopboek van de protestantse kerk van Alphen vermeld. Kort daarop is hij ook z’n enige zoon kwijt.

KERKELIJKE EN BESTUURLIJKE FUNCTIES

In een boekje, dat geschreven is over de kerk van Koudekerk, staat een lijst van ouderlingen en diakenen. We komen Hendrik van den Berg hier tegen, eerst als diaken in de periode 1689 – 1693 en daarna als ouderling in de jaren 1707 – 1710 en 1714 – 1718. De kerkelijke activiteiten van het geslacht Van den Berg in Koudekerk zullen een geregeld terugkerend thema blijken te zijn. Hendriks achterkleinzoon zal om politieke redenen als kerkenraadslid geroyeerd worden en diens kleinzoon zal de Ned. Hervormde Kerk in Koudekerk de rug toekeren en actief betrokken zijn bij het ontstaan van de Afgescheiden gemeente in Woubrugge en Alphen.

Hendrik is bovendien schepen van Koudekerk geweest. We kwamen deze bestuurlijke werkzaamheden op het spoor in de "Preferentien en Seclusien over de Heerlijkheyd van Koudekerk" in de veronderstelling dat dit archiefstuk zou handelen over voorkeur voor en uitsluiting van benoemingen van voogden en meer duidelijkheid zou verschaffen over de gevolgen van het vroegtijdig overlijden van Hendriks zoon Jan, die twee kleine kinderen achterliet. In dit boek ondertekent Hendrik als één van de schepenen het verslag van een vergadering, die gehouden is op 19 mei 1699. In dezelfde bron wordt hij genoemd als één van de crediteuren van de boedel van Barber en Annetje Willems Hoogerwerff en in september 1704 neemt de vierschaar, de plaatselijke rechtbank, een beslissing over deze zaak, waarbij Hendriks naam weer genoemd wordt.

"Daar aan sal volgen ende werden geprefereert hendrik Janz van den Berg over molegelt van den Jare 1701 met de somma van f 14.0.0"

Molengeld moest men betalen als eigenaar van landerijen ter bestrijding van de kosten van bemaling. Mogelijk fungeerde Hendrik als een soort belastinginspecteur, waaraan dit molengeld betaald moest worden.

OUDERDOM

Hendrik is oud geworden: 91 jaar. Z’n doop, die plaats vond tussen september en december 1650, staat vermeld in het doopboek van de kerk van Koudekerk:

(DTB Koudekerk inv.nr. 1:I, p. 35)

We gaan er van uit, dat Hendrik een zoon is van Jan Heyndericks en Maartje Gerrits. Eén van de doopgetuigen zal zijn oom Cornelis zijn.

Gelet op zijn ouderdom hebben we lange tijd rekening moeten houden met de mogelijkheid, dat de aangifte van zijn overlijden betrekking had op een andere Hendrik van den Berg uit Koudekerk, van wiens bestaan overigens verder nooit iets is gebleken. Een zo vaak voorkomende achternaam noopt tot voorzichtigheid.

Een maand na het huwelijk van zijn kleinzoon Kors, die in Koudekerk trouwt in 1741, wordt bij de plaatselijke bestuurders begraafrecht betaald voor de begrafenis van

"Hendrik van den Bergh 30 jan 1742"

De twijfel over zijn hoge leeftijd werd opgeheven, toen uit koopakten bleek, dat een Hendrik van den Berg uit Koudekerk in 1725 en 1727 grond gekocht bleek te hebben in Koudekerk in een polder, waar hij al grond bezat en vervolgens fiscale archieven duidelijk maakten, dat er eind 1733 in de Lagewaard (nog steeds) een Hendrik Jansz. van den Berg woonde, die ruim drie gulden belasting moest betalen en die aangeslagen werd voor twee boerderijen samen met Cors van den Berg, die we kennen als zijn kleinzoon.

Bovendien toont ruim twee weken na Hendriks overlijden Cors Jansz. v.d.Berg aan de kerkenraad een testament, namelijk van Hendrik Jansz.v.d.Berg, die letterlijk zijn grootvader wordt genoemd, zodat aan de familierelatie en aan de ouderdom van Hendrik geen twijfel meer mogelijk is.

Dat Hendrik zo oud geworden is en dat zijn (enige) zoon op jonge leeftijd stierf, zal kenmerkend blijken voor het geslacht: vader en zoon overlijden steeds beurtelings op betrekkelijk jeugdige leeftijd en als ze oud geworden zijn.

GIFT AAN DE DIACONIE

Op 16 febr. 1676 is in Koudekerk de eerste kerkenraadsvergadering gehouden, waarvan de notulen bewaard zijn gebleven. In deze AHandelingen des E. Kerckenraads der ware gereformeerde cristelijcke Kercke tot Koudekerck@ staat beschreven, wat ds. Holtius op 18 febr. 1742 in een vergadering van de kerkenraad meedeelt. Ruim twee weken eerder was Hendrik begraven. Op verzoek van Cors Jansz. van den Berg toont de predikant, die bekend stond als "een geleerd, doch tevens een bemoeiziek en driftig man en een ijverig voorstander van de rechtzinnige Dordtsche leer", aan de kerkenraadsleden het testament van wijlen Hendrik Jansz. van den Bergh, zijn grootvader, waarin de voor de Koudekerkse diaconie plezierige mededeling blijkt te staan, dat Hendrik aan de armen honderd gulden nalaat. Cors zelf vult deze gift bovendien aan met vijftig gulden.

" De Praedicant heeft úijt naam en op versoek van Cors Jansz van den Bergh in de vergaderinge vertoont het Testament van wijlen Hendrik Jansz van den Bergh Sijn grootvader gepasseert voor den Notaris Jacob Spoors tot Haserswoude den 11 Aug. 1724 , waar bij de Testateur verklaerde Eerstelijk te legateren en bespreken aan de Diaconie-Armen van Koudekerk de Somma van Honderd Gùldens; en de heeft gelijk de voornoemde Somma van honderd gùldens aan handen van de Diaconen overgegeven; mitsgaders nog de Somme van vijftig guldens als eene vrijwillige gifte van de voornde Cors van den Bergh aan de Diaconie alhier toegedacht; waarom de Vrgaderinge (sic) besloten heeft den gever voor deese Libraliteijt te doen bedanken, waar toe de Praedicant ...... belast is

Nicolaús Holtiús"

KOUDEKERK

Koudekerk ligt aan de Oude Rijn tussen Alphen aan den Rijn en Leiden. Het dorp is opgegaan in de gemeente Rijnwoude. Hendrik van den Berg was bewoner van de uit 1549 daterende Lagewaardse polder in Koudekerk. Het gebied ligt tussen de Oude Rijn en het noordelijker gelegen Woubrugge of Gelderswoude. Als zuidelijke grens van door hem aangekochte grond in de 17de eeuw wordt bij herhaling de inmiddels dichtgeslibde Luttike Rijn genoemd; in latere archiefstukken is de zuidgrens de Lagewaardse Wetering, met de aanleg waarvan rond 1400 is begonnen. Op het punt waar de Luttike Rijn en de Oude Rijn samenkwamen, is in de 13de eeuw kasteel "Groot Poelgeest" gebouwd. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog is het slot bezet geweest door Spaanse troepen. Soldaten van Jacob van Egmond hebben na het ontzet in 1574 zowel het kasteel als woningen in de omgeving geplunderd. Veel bewoners vluchtten. Ook de molen van de Lagewaardse polder raakte zwaar beschadigd en toen de molen na een zware storm omwaaide, kwam de polder onder water te staan. De burcht "Groot Poelgeest" werd in de 18de eeuw bewoond door Alida van Schellingwoude, die sinds mei 1692 de heerlijkheid Koudekerk bezat en er 29 mei 1717 overleed. Ze werd opgevolgd door haar zoon Ludolf Luurd Baron van Ripperda, afgezant van het Spaanse Hof bij keizer Karel VI. Na 1717 is "Groot Poelgeest" in verval geraakt en gesloopt. Alleen een poorttoren is bewaard gebleven en gerestaureerd.

De kastelen "Klein Poelgeest" en "Den Toll", noordelijk van de Luttike Rijn, zijn van jongere datum.

In 1628 was in het gewest Holland de zgn. verponding ingesteld, een soort belasting op onroerend goed, die krachtens een resolutie van de Staten van Holland van 23 september 1733 werd vernieuwd. Naar aanleiding hiervan werd een telling gehouden. Uit het "Quohier, of Gaderboeck der Verpondingen over alle de huysen ende andere Gebouwen, geene uytgesondert, die in de Vrije Heerlijkheijt van Koudekerk en Jurisdictie van dien zijn bevonden" blijkt, dat er eind 1733 in Koudekerk 136 inwoners voor de verponding zijn aangeslagen, waarvan 24 in de Lagewaard. Er is dan al sprake van pannenbakkerijen en kalkovens elders in het dorp. Hendrik van den Berg behoort tot de belastingplichtigen en bovendien valt uit de lijst op te maken wie zijn buren waren: Willem Broekhuijs (met een "boúhúijs") en Jacob van der Meer, die deel uitmaakte van de vroedschap van Leiden. Hij had in april 1733 voor ruim f 4000,= het erf "met het getimmerde daarop" ter grootte van 15 morgen (belend ten oosten Hendrik van den Berg en Willem Jacobs Keth) gekocht van Lodewijk Knotter, advocaat bij het Hof van Holland, "zijnde het boúwhuys daarop gestaan hebbende, afgebrant". Over de boerderij van Hendrik van den Bergs kleinzoon staan in het verpondingsregister aanvullende mededelingen, die er later bijgeschreven moeten zijn: in 1744 is diens boerderij "nieuw getimmert". Grootvader Hendrik is dan op hoge leeftijd overleden na een in kerkelijk en bestuurlijk opzicht actief leven.

                           

 

          

1